Dit artikel verscheen eerder op mijn vorige blog tijdens de formatie van het tweede kabinet Rutte.

De inrichting van de verzorgingsstaat blijft links en rechts scherp verdelen. Solidariteit staat als vanouds tegenover eigen verantwoordelijkheid. Je zou bijna vergeten dat zelfs de VVD een vangnet bepleit voor mensen die het écht nodig hebben. En ook de PvdA ziet de verzorgingsstaat het liefst zo klein mogelijk, alleen níet kleiner.

Nu de PvdA en de VVD tot elkaar veroordeeld lijken en grootschalige bezuinigingen onvermijdelijk zijn, is er dringend behoefte aan nieuwe ideeën. Het begrip autonomie – het voeren van regie over het eigen leven – kan helpen om tegenstellingen te overbruggen en biedt perspectief op een effectievere en efficiëntere inrichting van de verzorgingsstaat.

Sinds enkele jaren worden in Amsterdam, bij gezinnen waar de problemen gierend uit de hand dreigen te lopen, eigen kracht conferenties georganiseerd. Het gezin wordt uitgenodigd om, samen met betrokken mensen uit hun omgeving, een plan te bedenken om de problemen op te lossen. De hulpverlener is daarbij slechts een procesbewaker. De probleemanalyse, de oplossingen, het maken van afspraken en het nakomen ervan worden allemaal aan de deelnemers zelf overgelaten. De resultaten zijn spectaculair: in de meeste gevallen blijken zwaardere vormen van hulpverlening alsnog overbodig. Ook elders worden dergelijke resultaten geboekt. Inmiddels is eigen kracht een gevleugeld begrip geworden. Bijna een cliché zelfs.

Vaak kunnen mensen meer dan zij zich realiseren en vooral ook meer dan de traditionele hulpverlening denkt. Eigen verantwoordelijkheid wijst op de (morele) verplichting om deze mogelijkheden te benutten. Eigen kracht wil juist ongerealiseerd potentieel aanboren. Deze verschillende benaderingen lijken te botsen. Ook ideologisch. Dat verschil kan overbrugd worden door op een nieuwe manier naar welzijn te kijken.

Welzijn gaat nu over zelfredzaamheid en participatie. Mensen moeten voor zichzelf kunnen zorgen en kunnen meedoen aan de samenleving. Autonomie lijkt er bij welzijn minder toe te doen. Dat is onterecht. De ervaren kwaliteit van leven neemt toe naarmate mensen meer regie hebben over hun problemen. De omvang van hun problemen is minder belangrijk. Autonomie is wezenlijk voor het welbevinden.

Liberalen en socialisten, met beiden een stevige humanistische traditie, moeten elkaar kunnen vinden in een welzijnsbegrip dat juist de autonomie van mensen voorop stelt. Eigen verantwoordelijkheid ligt al in het begrip autonomie besloten. Eigen kracht benadrukt de mogelijkheid om autonomie te ontwikkelen en te versterken en daarmee het vermogen om problemen zelf het hoofd te bieden.

Doet de moderne verzorgingsstaat voldoende recht aan autonomie? Laten we zeggen: het kan beter.

De verzorgingsstaat is er voor mensen met problemen. Er wordt niet gesproken over autonomie, maar over regieverlies; niet over zelfredzaamheid, maar over leven met beperkingen; niet over participatie, maar over werkloosheid en gebrekkige integratie. Het probleem staat centraal. Zelfs als volgens de modernste inzichten wordt gehandeld – als de vraag achter de vraag wordt gezocht en als de problemen in samenhang worden bezien en integraal worden benaderd. Hulpverlening is het dominante paradigma, ook al wordt ten volle onderkend dat mensen hun problemen uiteindelijk zelf moeten oplossen.

Een verzorgingsstaat die écht recht doet aan de autonomie van mensen ziet er anders uit. Die begint niet met kijken naar de problemen, maar met kijken naar oplossingen.

Als mensen problemen proberen op te lossen, zijn twee factoren van belang: de middelen die ze inzetten en de strategie die ze daarbij gebruiken. Mensen kunnen beschikken over meer of minder middelen – een inkomen of juist niet, een groot of een klein netwerk, relevante vaardigheden of hinderlijke beperkingen. Hun strategie kan effectief of minder effectief zijn – proactief en doelgericht of juist passief of ongericht. De hulpverlening zal zich daar aan moeten aanpassen.

Mensen die problemen te lijf gaan met weinig middelen, maar een effectieve strategie, hebben vooral behoefte aan ondersteuning. Mensen die beschikken over voldoende middelen en een effectieve strategie willen gefaciliteerd worden. Als de middelen er zijn, maar de strategie tekort schiet dan zal je mensen moeten activeren of bijsturen. Mensen met weinig middelen en een povere strategie zijn het minst in staat problemen het hoofd te bieden. Escalatie ligt constant op de loer. Het is dan zaak om in te grijpen en bestaande patronen en vicieuze cirkels te doorbreken.

De moderne verzorgingsstaat is vooral ingericht om mensen te ondersteunen. Onmiddellijk zien we waar de autonomie van mensen tekort wordt gedaan: ondersteunen als faciliteren voldoende is, is overbodig; ondersteunen als er eigenlijk moet worden ingegrepen, is ineffectief; ondersteunen in plaats van activeren kan zelfs contraproductief zijn. Als we het vermogen van mensen om problemen op te lossen centraal stellen, kunnen de kwaliteit en de effectiviteit van de verzorgingsstaat verbeteren. Juist de meest veelbelovende innovaties – met eigen kracht als beste voorbeeld – komen pas volledig tot hun recht als we de autonomie van mensen als uitgangspunt nemen. Daar zouden PvdA en VVD het toch over eens moeten kunnen worden.