Een eerdere versie van deze tekst verscheen als column in een boekje over de reorganisatie bij ons stadsdeel

Ooit las ik een interview met Jeroen van der Veer, destijds de baas van Shell. “Ik heb eigenlijk maar één verhaal,” zei hij, “find more upstream, sell more downstream.” Shell teruggebracht tot zijn essentie: een bedrijf dat olie zoekt, uit de grond haalt, raffineert en uiteindelijk aan de pomp verkoopt.

Dat lijkt mij nou precies het verschil tussen een bedrijf en de overheid: een bedrijf – hoe groot ook – doet uiteindelijk maar één ding, terwijl de overheid heel veel verschillende dingen doet. Van straten schoonmaken tot paspoorten uitgeven, van scholen onderhouden tot horeca handhaven. Als ik dat moet terugbrengen tot zijn essentie, dan kom ik niet verder dan: dien de burger!

Simpel, maar niet echt bevredigend, want wat betekent ‘dienen’ eigenlijk precies? Voor Shell is het duidelijk: als de bewezen reserves zijn gegroeid, dan is er upstream meer gevonden en als de kassa vaker rinkelt wordt er downstream meer verkocht. Maar wanneer doen wij het goed?

Voor schoon kunnen we de hoeveelheid rommel per vierkante meter tellen, heel heeft iets te maken met het aantal kuilen in de weg en dienstverlening gaat over wachttijden bij het loket en doorlooptijden bij vergunningen. Maar, welke resultaten probeert omgevingsmanagement eigenlijk precies te halen? Of handhaving?

Volgens mij kun je je werk pas goed doen als je weet wat het betekent om je werk goed te doen; pas als we afspraken hebben gemaakt over resultaten kunnen we elkaar aanspreken op prestaties; pas als een organisatie weet hoe goed ze het doet, kan zij sturen op verbetering. Met in ons achterhoofd de wettelijke kaders, de vastgestelde beleidsnota’s en het programakkoord, maar vooral met onze kennis en ervaring en met een flinke dosis gezond verstand moet dat toch lukken.