Amsterdam heeft vanavond besloten over de toekomst van het bestuurlijk stelsel. De commissie Brenninkmeijer zei daarover twee dingen: Amsterdam is tot in zijn haarvaten gepolitiseerd en het dubbelmandaat is een weeffout in het huidige stelsel. Daarom moet, volgens de coalitiepartijen, afscheid worden genomen van lokale, gekozen volksvertegenwoordigers met eigen bevoegdheden. Je zou bijna denken dat de stadsdelen de oorzaak zijn van de overmatige politisering. Ten onrechte: Brenninkmeijer trok die conclusie juist niet. Het omgekeerde is echter wel waar: in het tot in de haarvaten gepolitiseerde Amsterdam kan, op dit moment, geen enkel stadsdeelstelsel goed functioneren.

Vanavond hebben we gezien hoezeer Brenninkmeijer het bij het rechte eind had.

Laat er geen misverstand over bestaan, ik geloof in politiek. Het is de manier waarop we met elkaar van mening verschillen zonder elkaar de hersens in te slaan. Er zijn belangrijke vraagstukken waaraan legitieme meningsverschillen ten grondslag liggen: de spanning tussen duurzaamheid en economische groei, tussen het recht op privacy en de bescherming van de rechtsorde of tussen individuele vrijheid en collectieve verantwoordelijkheid bijvoorbeeld. Het debat op het scherpst van de snede creƫert consensus over de feiten, ontmaskert drogredenen en verheldert de standpunten. Daarmee wordt de basis gelegd voor compromissen die recht doen aan alle belangen en besluiten die daadwerkelijk democratisch gelegitimeerd zijn. In dat soort debatten ben ik door de VVD gewezen op het belang van ondernemers en door D66 op de autonomie van het onderwijs. Ik ben door GroenLinks overtuigd van het belang van duurzaamheid en door de SP steeds bij de les gehouden op armoede.

Vanavond echter hebben we vooral het andere gezicht van de politiek gezien.

Het debat waar de retoriek het wint van het inhoudelijk argument, zelfs als de retoriek het niveau van een twitter fittie nauwelijks overstijgt. De achterkamertjesdeal die meer weg heeft van ordinair handjeklap dan van zorgvuldig politiek compromis. Het verdedigen van een standpunt dat eigenlijk het jouwe niet is, maar van de fractie, van de partij of van de coalitie. De minachting van de meerderheid voor het standpunt van de minderheid. Het politieke spel dat gaat over partijbelang en poppetjes.

Ik wil niet de pot zijn die de ketel verwijt en ik loop lang genoeg mee om me aan al deze dingen ook zelf schuldig te hebben gemaakt. Maar juist nu lag er een zware verantwoordelijkheid bij de raad om het goede voorbeeld te geven. Dat werd ook aan alle kanten benoemd en erkend. Het lukte alleen niet.

Teleurstellend en ontmoedigend, maar bovenal, onverantwoordelijk.

Om enige kans op succes te hebben moet een nieuw stelsel immers breed gedragen worden. Dat betekent dat de inrichting van ons bestuurlijk stelsel recht zou moeten doen aan verschillende opvattingen over democratie. Het stelsel zou invulling moeten geven aan het politieke primaat van de gemeenteraad, waarin de VVD gesteund wordt door de gemeentewet. Het stelsel zou meer stem moeten geven aan betrokken Amsterdammers in buurten en wijken, zoals de SP graag wil. Het stelsel zou op overtuigende manier invulling moeten geven aan democratische vernieuwing, zoals D66 aan zijn stand verplicht is. Ook zou juist tegenmacht een plek moeten krijgen, zoals GroenLinks benadrukt. Het nieuwe stelsel zou tot slot ook nog recht moeten doen aan de verworvenheden van het oude stelsel waarop de PvdA met recht trots is.

In plaats daarvan werd er een ordinaire machtsstrijd uitgevochten om een politieke fopspeen waar helemaal niemand van gelooft dat het de beste oplossing is.

Gadverdammme