Amsterdam krijgt een nieuw bestuurlijk stelsel. Ik vind het niks en vorige week schreef ik mijn frustratie al van mij af. Het Parool vroeg zich juist af waarom de oppositie zo opgewonden deed over het verdwijnen van de irrelevante bestuurscommissies. Amsterdammers bekommeren zich immers nauwelijks om het bestaan ervan. Dat werd volmondig onderschreven door Walther Ploos van Amstel – actieve binnenstadsbewoner en lector Stadslogistiek aan de HvA. “Ons stadsdeelbestuur is nu 6 jaar onzichtbaar geweest bij ‘stad in balans’ aanpak … #kleilaag,” voegde hij ons fijntjes toe.

Ik heb Walther best hoog zitten, dus die opmerking bleef doormalen. Hoezo onzichtbaar?

Nou ja, onzichtbaar zijn was een strategische keuze in onze eerste bestuursperiode. In de periode daarvoor was de discussie over horecaoverlast immers behoorlijk ontspoord. Het publieke debat ging niet over drukte maar over vertrutting. Stad en stadsdeel stonden lijnrecht tegenover elkaar en de gemeenteraad streefde vooral naar verruiming van de regels. Wij wilde eerst rust in de tent. Ons uitgangspunt werd: grootstedelijke problematiek in ons stadsdeel pakken we voortaan alleen maar aan met (politieke) rugdekking van het college en de gemeenteraad.

Bij horecaoverlast kozen we voor een heldere three-strikes aanpak maar wel gericht op die zaken die daadwerkelijk overlast veroorzaken. Dat gaat echt niet perfect maar de meeste horecazaken die overlast geven passen hun gedrag na handhaving wel aan. De aanpak is redelijk effectief en de discussie over vertrutting verstomde ermee lang voordat de discussie over drukte echt los barste.

Onze roemruchte voorganger, Els Iping, was ook de strijd al aangegaan tegen het voornemen van het toenmalig college om short stay vergunningen af te gaan geven. Het college wilde kortdurend verhuur aan expats mogelijk maken. Els voorzag dat de vergunning misbruikt zou worden om illegale hotels te runnen.  Wij konden laten zien dat Els gelijk had en de vergunning werd, behoudens een paar frustrerende uitzonderingen, na lang aandringen van ons weer geschrapt.

Dat was de vorige periode. Pas in deze bestuursperiode barstte de discussie over drukte en balans in de stad echt los. Inmiddels hadden we een bestuurscommissie. Niet eens met minder taken en bevoegdheden op dit gebied (vergunningen, handhaving en reiniging), wel met (veel) minder geld. En, interessant om nog even terug te lezen, alle problemen (balans, diversiteit, ongein) werden benoemd in het coalitieakkoord.

Maar, bij een complex, grootstedelijk probleem als drukte is invloed voor een bestuurscommissie nog belangrijker dan macht. De meeste invloed oefen je als bestuurder uit achter de schermen. Onzichtbaar, dus. Ik kan echter ook een aantal momenten aanwijzen dat wij zichtbaar, beslissende invloed hebben gehad.

Rond de Munt worden verkeersmaatregelen genomen om meer ruimte te creëren voor voetgangers en fietsers. Deze aanpak volgt de blauwdruk uit de Nota Bereikbare Binnenstad van Jeanine van Pinxteren. De leden van de bestuurscommissie van D66, GL en PvdA hebben hun collega’s in de raad weten te overtuigen van de noodzaak van eenrichtingsverkeer op de Amstel. Pieter Litjens, de verantwoordelijk wethouder, ging daardoor uiteindelijk overstag en, mede naar aanleiding van verkeersonderzoeken, zelfs een paar stappen verder.

In navolging van stadsdeel Centrum heeft het college gekozen voor een veel restrictiever hotelbeleid, samen te vatten met de term: “Nee, tenzij…”  In een mooi, publiek debat wisselde Kajsa Ollongren daarover van gedachte met de bestuurscommissie. Op verzoek van onze bestuurscommissie werd daarna de mogelijkheid toegevoegd om gebieden aan te wijzen waar “nee, tenzij” gewoon “nee” werd. Inmiddels geldt dat voor grote delen van de stad.

De diversiteit van het winkelaanbod is een van de taaiste problemen die door stad in balans op de agenda is gekomen. In eerste instantie op aandringen van ons. In tweede instantie ook op aandringen van ondernemers en, daarna, de gemeenteraad.  Wij hebben daarbij steeds benadrukt dat het gebrek aan effectieve instrumenten om diversiteit te bevorderen en monocultuur te voorkomen ons grootste probleem is. Juist aan het instrumentarium is de afgelopen tijd gewerkt. Daarmee wordt door het stadsdeel de komende tijd, per straat, een aanpak ontwikkeld.

Kleinere voorbeelden zijn er ook: we kregen eindelijk een verbod op de bierfiets in de APV; de proef met 24-uurs openstelling werd beperkt tot het kernwinkelgebied en de handhaving van illegale hotels werd aangescherpt. Je kunt best beargumenteren dat het ook allemaal wel gebeurd was als er geen bestuurscommissie was geweest. Daar staat tegenover dat de zaken niet alleen door ons zijn geagendeerd, maar dat ook vaak is teruggevallen op de kennis en ervaring van het stadsdeel, inclusief de bestuurders.

Dat mensen desondanks niet tevreden zijn over ons begrijp ik goed. Met onze handhaving hebben we afgelopen jaren niet geleverd waar de bewoners en ondernemers van de binnenstad recht op hebben. Ik kan de keuzes die we hebben gemaakt verdedigen. We moesten immers met minder geld ook de stad schoonhouden en onze sociale voorzieningen in stand houden. Maar, de geloofwaardigheid van de overheid kwam in het geding. Ik ben dus erg blij met het offensief van politie en handhaving dat, dankzij de burgemeester, nu in de binnenstad gevoerd wordt.

De discussie over het bestuurlijk stelsel laat zien hoe belangrijk het is dat we verantwoording afleggen over onze bijdrage aan de oplossing van de problemen in de stad. Dat wilde ik hier vooral doen. Over stad in balans is nog heel veel meer te zeggen. Het lek is immers nog niet boven. Ik kom erop terug…