Op maandag 5 juni presenteerden de drie kandidaten voor het lijsttrekkerschap, Marjolein Moorman, Jeroen van Berkel en ik, zich aan de leden van de Amsterdamse PvdA. Ik hield daarbij onderstaande speech.

Dit is het Amsterdam waarvan ik droom.

Een stad waar je zeker weet dat je er niet alleen voor staat. Niet als je hulp nodig hebt om ‘s ochtends je kleren aan te trekken en ’s avonds je eten te koken. Niet als je voor de zoveelste keer bent afgewezen voor een baan of stage omdat je de verkeerde achternaam hebt. Niet als je overhoop ligt met je huisbaas omdat hij je woning niet onderhoudt maar wel de huur verhoogt. Niet als je getreiterd wordt door je buren omdat je homo of lesbisch bent.

Een stad die je de kans geeft het beste uit jezelf te halen. Waar het onderwijs talent ontplooit, achterstanden overbrugt en alle kinderen een goede start geeft. Waar je een plek kunt vinden om te wonen en te werken. Waar je creativiteit de ruimte krijgt en je makkelijk je eigen bedrijf kunt beginnen. Waar je als nieuwkomer verwelkomd en op weg geholpen wordt. Een stad, kortom, die iedereen de kans geeft om mee te delen in het succes.

Een rechtvaardige stad. Waar niet degene met de grootste mond, het meeste geld of de beste connecties het voor het zeggen heeft. Waar geen onderscheid is tussen binnen de ring en buiten de ring. Waar de markt waarde creëert en toevoegt of anders aan banden wordt gelegd. Waar vrijheid beschermd wordt en waar de grenzen duidelijk zijn en gehandhaafd worden.

Het Amsterdam waarvan ik droom bestaat nog niet, niet voor iedereen. Daarom heb ik mij kandidaat gesteld om lijsttrekker te worden van de PvdA in Amsterdam.

Strijden voor een ongedeelde stad

De metafoor van de stad binnen en de stad buiten de ring snijdt ons door de ziel. In de ene stad vragen we ons af hoe we het succes in goede banen moeten leiden. In de andere stad groeit een kwart van de kinderen op in armoede. Daar vertellen kinderen ’s ochtends aan de conciërge op school dat mama vergeten is om ontbijt te kopen en krijgen ze van hem een broodje.

Mijn vader was jarenlang directeur van de GGD. Van hem leerde ik: als je arm bent wordt je 15 jaar eerder ziek en ga je 7 jaar eerder dood dan wanneer je rijk bent. Gemiddeld weliswaar, maar ook in Amsterdam. Drukte is niet het grootste probleem van deze stad!

Nog schrijnender is dat de tweedeling een kleur heeft gekregen. Het maakt niet alleen uit in welke buurt je opgroeit maar ook in welk land je ouders opgroeide,

Ik wil me daar niet bij neerleggen. Ik wil strijden tegen het idee dat tweedeling onvermijdelijk is Ik wil dat we onze tijd, geld en aandacht steken in die buurten die het minst hebben geprofiteerd van het succes van de stad. Hier, in Zuidoost, in Nieuw West en in Noord. Dat betekent: betere scholen, meer voorzieningen, beter openbaar vervoer, mooiere openbare ruimte en meer woningen.

Bouwen aan een weerbare stad

Soms lijkt de toekomst ons te overkomen. We anticiperen niet, we reageren. In een wereld die razendsnel verandert kunnen we ons dat niet meer veroorloven. De lessen van de financiële crisis lijken niet geleerd en de volgende is slechts een kwestie van tijd. De klimaatverandering eist een energietransitie die in Nederland, dus ook in Amsterdam, nog nauwelijks van de grond komt. Het is niet duidelijk of nieuwe technologie, met name kunstmatige intelligentie, meer werkgelegenheid zal creëren of vernietigen.

De antwoorden op de vraagstukken van deze tijd zullen hoe dan ook in steden gevonden moeten worden. Amsterdam, wereldstad op menselijke maat, creatief en tolerant, heeft daarbij een streepje voor. Die kans moeten we niet laten liggen en ondertussen moeten we voorbereid zijn op stormachtige veranderingen. Een weerbare stad is veerkrachtig, duurzaam en veilig.

Veiligheid gaat over de bescherming van onze vrijheid, over duidelijke regels en goede handhaving. Duurzaam betekent ook schone lucht en een gezonde omgeving om in te leven en voor de rest moeten we vooral Groenlinks volgen.

Ik wil het vooral hebben over veerkracht. Veerkracht is herstel van evenwicht als de balans verstoord is. Je aanpassen aan verandering zonder dat de essentie van wie je bent verloren gaat.

Of het nu buurtgenoten, lotgenoten, clubgenoten of geloofsgenoten zijn, mensen die zich met elkaar verbonden voelen zullen zich om elkaar bekommeren. We zien de veerkracht van sterke gemeenschappen gemakkelijk over het hoofd. Dat is zonde. Amsterdam geeft geen subsidies meer aan zelforganisaties. Alsof het in stand houden van gemeenschappen geen waardevol doel op zich kan zijn. Daar denk ik anders over.

Een veelzijdige economie kan zich makkelijker aanpassen aan veranderingen dan een economie waarin een paar sectoren domineren.  Kies voor kwaliteit en toegevoegde waarde. Geef ondernemers de ruimte als het kan, maar leg de markt aan banden als het moet.

Het belangrijkst is uiteindelijk de veerkracht van Amsterdammers zelf. Dus, onderwijs dat talent ontplooit, achterstanden overbrugt en kinderen een goede start geeft. Dat spreekt vanzelf.

Bij het volwassenenonderwijs is nog een wereld te winnen. Tussen Google en de Open Universiteit gaapt een gat waar de stad mensen actief kan helpen met het verwerven van nieuwe vaardigheden. Alleen als we een lerende stad worden kunnen we ons staande houden in een veranderende wereld

Amsterdammers maken de stad

Ik wil strijden voor een ongedeelde stad en bouwen aan een weerbare stad. Als dat klinkt bijna alsof je alleen nog maar op mij hoeft te stemmen en dat ik het dan ga regelen. Daarin moet ik je teleurstellen

Amsterdammers maken de stad, niet wij, politici. We moeten af van het idee dat we een maatschappelijk probleem kunnen oplossen door er in de gemeenteraad een besluit over te nemen.

Ik wil samen met Amsterdammers nadenken over de problemen van de stad, samen met Amsterdammers de keuzes maken die nodig zijn en samen met Amsterdammers aan het werk.

Ik hoop dat jullie mee willen doen.