Nu ik me opnieuw kandidaat stel voor het lijsttrekkerschap van de PvdA in stadsdeel Centrum lijkt het mij niet meer dan logisch dat ik mij verantwoord voor de keuzes die ik de afgelopen jaren heb gemaakt. Ik doe hieronder een poging.

Een coalitie met Groen Links en D66

Na de verloren verkiezingen (de PvdA werd de vierde partij met vijf zetels, een verlies van twee)  kozen we in 2010 voor een coalitie met Groen Links en D66. We deden een beperkt aantal concessies op het gebied van Horeca, met name een andere manier van handhaven. We wilden en kregen van GL en D66 een hernieuwd commitment aan het 1012 project. Verder hoefden we nauwelijks in te leveren ten opzicht van ons eigen verkiezingsprogramma. Alleen het zwembad aan de Dijksgracht bleek onhaalbaar. De PvdA haalde ook een mooie portefeuille binnen (het sociaal domein – jeugd en onderwijs, zorg en welzijn, kunst en cultuur – en financiën en bedrijfsvoering).

Vera Bergkamp (D66) sleepte op een cruciaal moment de onderhandelingen door een dood punt. Wanneke Sabatino, onze eerste fractievoorzitter, deed de belangrijke onderhandelingen over horeca en 1012 en, samen met mij, de uiteindelijke onderhandelingen over de overgebleven pijnpunten en de portefeuilleverdeling.

Roeland Rengelink, Jeanine van Pinxteren, Boudewijn OranjeJeanine van Pinxteren (GL), Boudewijn Oranje (D66) en ik vonden van meet af aan dat stadsdeel Centrum het meest gebaat zou zijn bij een DB dat gewoon z’n werk zou doen. Minder profileren, minder controverse en resultaten die voor zichzelf spreken. Zeeger Ernsting bedacht de mooie term: slow politics. Jeanine werd er uiteindelijk in 2013 politicus van het jaar mee. De harmonieuze samenwerking in het DB bracht ook wat broodnodige rust in de organisatie.

Ik had uit volle overtuiging voor het sociaal domein gekozen. Ik vond dat een PvdA bestuurder altijd de ambitie moet hebben om zich in te zetten voor de meest kwetsbaren en ik had het idee dat ik het meest kon doen met deze portefeuille. De fractie gaf me de ruimte om deze keuze te maken. Ook omdat we juist in de fractie met Ido Verhagen, Joop Lahaise en Rogier Noyon een paar ijzersterke troeven in het fysieke domein (bouwen en wonen en openbare ruimte) hadden.

Herijking van het sociaal domein

Bij de start van onze bestuursperiode moesten we 5 procent bezuinigen op zorg en welzijn en jeugd en onderwijs – het sociaal domein. Een forse opgave, ook al was dat maar de helft van de bezuiniging op de rest van de begroting. Ik vond het belangrijk om te kiezen voor hervorming in plaats van kaasschaaf en ik vond het belangrijk dat dat gebeurde in overleg met onze partners, met professionals en met bewoners. Het resulteerde uiteindelijk, eind 2011, in de nota Opnieuw Kiezen III. Hierin werd al duidelijk geanticipeerd op het toenemend beroep op de eigen kracht van mensen en samenleving. Tegelijkertijd kozen we ervoor om de sociale infrastructuur (nu zou ik het sociale veerkracht noemen) van buurten te versterken.

Bij het schrijven van de inleidende visie (de raad had daar op aangedrongen) kreeg voor mij het begrip autonomie steeds meer gewicht. Dit sleutelstuk is er het directe gevolg van.

De gewenste hervormingen kregen het eerst gestalte in de oostelijke binnenstad. De welzijnsinstellingen Centram en IJsterk en het wijkcentrum gingen op een nieuwe manier samenwerken in het sociale wijkteam. Daar ontstaat nu de nieuwe sociaal werker: een professional die kan helpen met de handen op de rug en gebruik weet te maken van de sociale veerkracht van buurten. Else de Wit (Centram), Oene de Haan (IJsterk) en Ruud Schimmel (WCOB) waren de initiatiefnemers. Ik was vooral blij dat we de ruimte hadden weten te bieden aan onze partners om zelf met innovaties te komen.

Niet dat alles vanzelf ging.

Over de rol van de wijkcentra ontstond een stevig meningsverschil. Ik vond het belangrijk dat het opbouwwerk meer werd ingezet om de sociale veerkracht van buurten te versterken en (dus) minder om burgerparticipatie te ondersteunen. Uiteindelijk ben ik daar met d’Oude Stadt niet uitgekomen en hebben we besloten om de medewerkers en het grootste deel van de subsidie onder te brengen bij een andere organisatie. Met Jordaan & Gouden Reael is er wel overeenstemming. Dat wijkcentrum ontwikkelt inmiddels samen met IJsterk en Centram een sociaal wijkteam voor de westelijke binnenstad.

Op een cruciaal moment zorgde een motie van Micha Mos (GL) voor steun van de raad bij deze conflicten.

Ook de sluiting van de Pintobieb was controversieel maar onvermijdelijk. De concurrentie van de centrale bibliotheek was veel te groot. Gelukkig blijft het Pintohuis voor de buurt behouden. Buurtbewoners gaan de verantwoordelijkheid nemen voor de ruimte, zoals ook al gebeurt bij de ouderenontmoetingsruimtes en een aantal speeltuinverenigingen. Dankzij de inzet van Tineke Koopman en Nelly Duindam (SP) komen er bovendien uitgiftepunten van de OBA in het Pintohuis en 5 andere locaties in de binnenstad.

Veel ouderen in de binnenstad maken zich zorgen over de mogelijkheid om in hun eigen woning oud te worden. Er zijn vaak geen liften en de wc kan bijvoorbeeld te klein zijn. De Ouderen Advies Raad (OAR) nam het initiatief voor een taskforce wonen voor ouderen. Met steun van Otto Reuchlin is de taskforce opgezet en onderzoeken we nu nieuwe manieren om wonen voor ouderen mogelijk te maken.

Jeugd en onderwijs

Ik ben het meest tevreden op wat we bereikt hebben met jeugd en onderwijs. Daarbij past een kanttekening: als je zulke goeie mensen om je heen hebt, is het bijna gênant om daarvoor de credits te claimen.

We lopen in de binnenstad voor op de decentralisatie van de jeugdzorg. De gemeenteraad heeft kortgeleden het koersbesluit vastgesteld maar hier werd al in het voorjaar begonnen met de eerste ouder-kind adviseur. Dat betekent dat we samen met scholen zorgen voor een goeie zorgstructuur in en om de school. We normaliseren de opvoedvragen en proberen kleine problemen klein te houden.

IMG_0024Steeds meer ouders kiezen ervoor om in het Centrum te blijven wonen. Dat is prachtig. Maar, het lijdt wel tot een tekort aan plekken op de scholen. We hebben de afgelopen jaren hard moeten werken om uitgelote kinderen op een school in hun buurt te plaatsen. Dat is bijna altijd gelukt. De BOE, de Witte Olifant, de 14e Montessorischool en de Burght zijn er voor uitgebreid. De Kleine Reus is bijna klaar.

Om kinderen met een (taal) achterstand een zo goed mogelijke start te geven hebben alle scholen vroegschool programma’s en zijn er rond alle scholen voorscholen. Dat is niet zo vanzelfsprekend als het lijkt omdat er in de binnenstad relatief weinig kinderen met achterstand zijn. Deelname is dan ook niet verplicht en we zijn dus echt afhankelijk van de welwillende medewerking van scholen.

We hebben een succesvol jeugd en veiligheidsprogramma, gericht op kennen en gekend worden en met veel aandacht voor jongeren waar het mis gaat. Daarmee hebben we de afgelopen jaren de overlast van jongeren weten te verminderen en daardoor is er minder jeugdcriminaliteit. Vorig jaar waren er geen overlast gevende en criminele jeugdgroepen meer. Ook dankzij de inzet van buurtregisseurs, straatcoaches en de jongerenwerkers van Streetcornerwork en IJsterk. In de Clutch nemen jongeren steeds meer zelf de verantwoordelijkheid. De laatste maanden steken een aantal problemen opnieuw de kop op. Met gerichte inzet proberen we dat in de kiem te smoren.

Er was ook controverse.

Ik vind dat ouders een grotere rol moeten spelen bij het toezicht op de speeltuinen. Dat betekent dat ik voorgesteld heb om te bezuinigen op de speeltuinleiders. De speeltuinen zijn langer open, maar er is niet meer altijd toezicht. Inmiddels ontstaan rond een aantal speeltuinen initiatieven van ouders om het heft meer in eigen hand te nemen. Ik verwacht dat het laatste woord er nog niet over is gezegde en het is spannend om te zien wat er gebeurt.

Financiën en bedrijfsvoering

Ook als raadslid hamerde ik er al op dat het stadsdeel meer grip moesten krijgen op de financiën. Ieder jaar hielden we veel geld over dat ook gebruikt had kunnen worden om belangrijke dingen te doen.  Inmiddels zijn we zo ver dat ik me weer zorgen maak of we niet te veel uitgeven in plaats van te weinig. Zo hoort het ook.

Stadsdeel Centrum is de eerste deelgemeente in Nederland waarvan de begroting toegankelijk wordt gemaakt via openspending.nl. Door begrotingen als open data beschikbaar te stellen kunnen burgers (en journalisten) straks zelf gemeentes met elkaar vergelijken. Een motie van Thijs Kleinpaste (D66) en Stefan de Bruyn (VVD) stelde me in staat om, samen met Lex Slaghuis van Hack de overheid, hierin te pionieren.

Om alle bezuinigingen te realiseren heeft stadsdeel Centrum de afgelopen jaren voornamelijk gesneden in eigen vlees. Er werken straks bijna 10% minder ambtenaren. Daarvoor was een grote reorganisatie nodig. Het belangrijkste resultaat is dat het stadsdeel nu veel meer integraal en gebiedsgericht werkt.

Een mooi voorbeeld daarvan is de aanpak van de Nieuwe Houttuinen, een klein gebiedje met wat meer problemen dan andere gebieden. Dank zij Alexander Versteeg, Ido Verhagen en Nelly Duindam (SP) is het gebied in beeld. We gebruiken de lessen van het Buurt Praktijkteam uit West om hier de problemen aan te pakken.

De interessantste ontwikkeling is dat we gebruik gaan maken van gebiedsvisies en gebiedsplannen die in overleg met bewoners en ondernemers worden opgesteld. Ik denk dat daarmee een hele goeie basis is gelegd voor de nieuwe bestuurscommissies.