16 jaar geleden stelde ik mij kandidaat voor de nieuwe deelraad Centrum. Ik herinner me nog goed dat we op 12 september 2001 een afdelingsvergadering hadden om over het verkiezingsprogramma te praten. Natuurlijk spraken we de dag na 9/11 lang over de aanslagen. Ik vond het bijzonder om die ervaring juist met mijn partijgenoten te delen.

Ik herinner me de Fortuynrevolte, de moord en de onvermijdelijke afstraffingen bij de verkiezingen in 2002. Natuurlijk herinner ik me de verbijstering, maar ook hoe trots ik was om juist in die tijd volksvertegenwoordiger te mogen zijn.

Soms heb ik het gevoel dat we al 16 jaar aan het discussiëren zijn over de vragen die toen op tafel werden gelegd. En ik heb het gevoel dat we in die discussie stukje bij beetje onszelf aan het verliezen zijn, onze waarden, ons zelfvertrouwen, onze geloofwaardigheid.

We hebben ons laten aanpraten, onszelf aangepraat, eigenlijk, dat wij onze politiek correcte kop in het polderzand hebben gestoken en dus verantwoordelijk zijn voor het multiculturele drama en dat wij, in ruil voor het pluche, onze ziel aan het neoliberalisme hebben verkocht en dus verantwoordelijk zijn voor … alles.

Het is onzin. Terwijl anderen nog bezig waren met “benoemen,” waren wij aan het investeren in de wijken waar de problemen echt speelde. En het was Melkert, of all people, die, jaren voor Fortuyn, de keerzijde van het neoliberalisme aan de kaak stelde – het egoïsme, de doorgeschoten marktwerking, de schaalvergroting.

We doen onszelf al zo lang zo ongelooflijk tekort en ik merk dat ik er klaar mee ben.

Zelfbewust en met de blik op de toekomst. Dat zou mijn PvdA zijn.

Zelfbewust omdat wat ons verbindt niet wezenlijk veranderd is en nu niet minder relevant is dan een eeuw geleden: de strijd voor een rechtvaardige en solidaire samenleving, de strijd tegen tweedeling en uitsluiting, de strijd tegen het onrecht van de dikste portemonnee, de grootste mond, of de juiste connectie. We hebben die strijd nooit verloochend en we zijn ook de verantwoordelijkheid nooit uit de weg gegaan. Ik ben daar trots op en dat zouden we allemaal moeten zijn.

Met de blik op de toekomst omdat we een progressieve partij zijn. Omdat we niet alleen onze verworvenheden in stand moeten houden of onze fouten moeten herstellen, maar omdat Amsterdam nog niet af is, nooit af zal zijn. Een paar voorbeelden:

De stad verandert maar het succes van de stad heeft een keerzijde. Ons ideaal van een ongedeelde stad dreigt verder uit het zicht te raken. Dat vraagt offers van hen die het meest hebben geprofiteerd van het succes en extra kansen voor hen die dat juist niet hebben gedaan.

De wereld verandert razendsnel. Het onderwijs moet onze kinderen voorbereiden op die verandering en onszelf ertegen wapenen. We zullen net zo hard moeten investeren in volwassenenonderwijs als in het voortgezet en basisonderwijs.

Ook de economie verandert. Als we de markt zijn gang laten gaan dan gaat de stad in de uitverkoop. Dat mogen we niet laten gebeuren. We moeten kiezen voor ondernemerschap en werkgelegenheid die waarde creëert en duurzaam waarde toevoegt.

En de democratie verandert. We moeten de Amsterdammers de macht over hun stad teruggeven. Amsterdammers moeten kunnen meedenken als we plannen maken, meebeslissen als we keuzes maken en meedoen als we aan het werk gaan.

Zelfbewust en met de blik op de toekomst. Daar wil ik jullie, de leden van mijn partij, van overtuigen en daarom wil ik mijzelf kandidaat stellen voor het lijsttrekkerschap van de Amsterdamse PvdA.